De laatsten der middeleeuwse UmbriŽrs
Parole en cose dell’Umbria contadina (1924-30) Paul Scheuermeister. (Uitg. Editoriale Umbra. 159 p.) 
Waren de Middeleeuwen rond het jaar 1400 volgens historici daadwerkelijk zo'n beetje afgelopen om plaats te maken voor de Renaissance? De spreekwoordelijke wedergeboorte ging aan veel bewoners van Europa voorbij. Zelfs tot in het begin van de vorige eeuw was er voor plattelandsbewoners (boeren en arbeiders) nog nauwelijks iets veranderd sinds de 15e eeuw. Hoe de boeren nog ploeterden op blote voeten, met zware aardewerken gieters zeulden en met handploegen voren in de aarde trokken is te bewonderen op de foto’s van Paul Scheuermeister.
Deze Zwitserse fotograaf heeft in prachtige, onopgesmukte zwart-wit foto’s het dagelijkse leven van de Umbrische boeren in de jaren 20 van de vorige eeuw verbeeld. Op een manier alsof hij als fotograaf een reis terugmaakte naar de Middeleeuwen, die slechts 70 jaar geleden in het midden van Italië en andere uithoeken van Europa, nog niet voorbij leken. Indringende beelden van een betrokken fotograaf, vertellen in sobere stijl over het boerenleven en de landbouwmethoden op blote voeten.


De bewoners van Umbrië, de provincie beneden het bekendere Toscane in midden-Italië leven helemaal in de 21ste eeuw. Schotelantennes of sprieten op het dak voor het volgen van de escapades van Italië’s eerste minister Berlusconi of de semi-pornografische platte kitschshows van Rai Uno en al slalommend op de binnenwegen plankgas bumperkleven in hun glimmende Alfa's. In een enkel dorp of verlaten weghoek proberen verstofte middenstanders zich met hun winkel waar terlenka broeken, bh’s, batterijen, bloemenvaasjes en bulldozertjes van plastic de rekken vullen, vast te houden aan de jaren 50. Want ze willen hun bejaarde buurtbewoners hun vaste hangplek niet ontnemen, ook al moeten ze naast hun vergeelde nering het hoofd boven water houden met een akkertje voor bonen of een olijfgaarde.

De Umbriërs, verscholen in talloze schilderachtige Middeleeuwse vestingstadjes, als openluchtmusea vastgeplakt op heuveltoppen, hebben de nieuwe tijd al lang omarmd. Maar nog niet zo lang als in andere delen van Europa of hun eigen land. 70 jaar geleden liep de plattelandsbevolking nog merendeels op blote voeten, moest zich staande houden met kleinschalige landbouw en een beetje veeteelt. Met gereedschap dat sinds de Middeleeuwen niet was veranderd. In een landschap dat nauwelijks geschikt was iets te verbouwen of vee te laten grazen. Waar addertjes letterlijk vanonder het gras konden toebijten en waar de boerenfamilie op de bovenverdieping van hun ruw gemetselde gebouwde onderkomens minder plek hadden dan de geiten, de opgeslagen oogst en de gereedschappen op de begane grond.

Voor de Umbriërs en hun landgenoten verder naar het zuiden van Italië waren de Middeleeuwen in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw nog springlevend. In hun levensstijl was nauwelijks iets veranderd sinds Columbus Amerika had ontdekt in 1492. Hoewel Mussolini, de fascistische dictator van Italië bij zijn opkomst in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw, het -stoere, gezonde, eerlijke- boerenleven verheerlijkte en als voorbeeld stelde voor hard werken, sprak de werkelijkheid het tegendeel.

Propagandaplaatjes van Mussolini’s retoriek waren er beneden Florence in veel delen van het land niet te maken. Die moesten in sc?ne worden gezet. Dat deed Scheuermeister ook, maar alleen met mensen in hun eigen natuurlijke woon- en werkomgeving. Mensen zonder jassen, gestreken broeken, gesteven witte jurken, gekapte kuiven of stevige schoenen aan. Scheuermeister (1888-1973) wilde met zijn foto’s op puur eerlijke en antropologische wijze het boerenleven in de jaren 20 in Umbri? vastleggen.
Hoe waren de plattelanders gekleed? Welke gereedschappen gebruikten ze? Hoe waren de taken verdeeld tussen mannen en vrouwen. Hoe zagen hun huizen eruit. Wat voor landbouwtechnieken gebruikten ze? Kortom, de Zwitserse fotograaf was uitsluitend geïnteresseerd in het re?le leven van de plattelandsbewoners. En die zelf opgelegde taak heeft hij met grote kennis van zaken en beheersing van de techniek op prachtige, onopgesmukte, soms poëtische wijze, met diepe interesse in en liefde voor zijn onderwerp vastgelegd.

De korte inleidingen en de onderschriften in het boek zijn met enig taalgevoel en een Italiaans woordenboek voor wie deze taal niet beheerst, betrekkelijk goed te begrijpen. Maar ook zonder die woorden spreken de prachtige foto?s voor zich. Of de mensen op de foto?s, geportretteerd in hun dagelijks leven met gereedschap of volop aan het werk, altijd zo blijmoedig waren is de vraag. Uit hun (glim)lachen blijkt dat ze zich in elk geval zoveel mogelijk van hun goede kant wilden laten zien. Met hun lach tonen ze echter eveneens hun trots en ongetwijfelde levenslust.

Parole en cose is een fotoboek om te koesteren. Geen artistieke hoogstandjes of bewust beeldende kunst. Een fotoboek, gemaakt door een onbevooroordeelde buitenlander met liefde voor zijn onderwerp en zijn vak. En een hommage aan de plattelandsbevolking van Umbrië, die slechts 70 jaar geleden nog leefde alsof het 't jaar 1170 was. Scheuermeister heeft dit leven waardig vastgelegd. Dit hoekje van Italië’s geschiedenis fraai belicht.
1 juli 2004