
Soldatenangst en rebellie aan het Sovjetfront
De schande van Rzjev. Vjateslav L. Kondrjatev. (uitg. Pragmata, 190 p.)

Het ergste dat een mens kan overkomen is geen naam te hebben. Niemand te zijn. Geen identiteit te bezitten. Niet te kunnen worden aangesproken met een naam, als symbool voor karakter. Anoniem te zijn en genegeerd te worden. Niet gekend, niet geacht en niet gezien te zijn.
Kondrjatev gebruikt dit inzicht als geen ander in zijn verhaal om ongenadig af te rekenen met een politiek commissaris (die de soldaten op het ideologische rechte pad moest houden), met een osobist (een lid van de contraspionage die onder de soldaten een ware terreur van intimidatie en standrecht uitoefende) en de bataljonscommandant (een incompetente, angstige, gehate bullebak). Tussen alle met name genoemde soldaten en bevelvoerders is het opvallend dat Kondrjatev zulke inhumane naamloosheid loslaat op deze drie personages. Hij geeft ze weliswaar doorslaggevende rollen in zijn verhaal, maar zwijgt ze tegelijkertijd dood als non-entiteiten. Naamloze functionarissen, onmensen. Met die naamloosheid klaagt de auteur de politieke intimidatie, het volstrekt immorele en irrationele gedrag van deze personages aan, die voor de gewone soldaten een vloek waren. Een extra vijand in eigen gelederen, zelfs tijdens de bloedigste gevechten.

En er is het verhaal van Wolf, een crimineel die via dienstneming in het leger hoopt er op een of andere manier veilig tussenuit te kunnen knijpen. Een gewiekst man, die niettemin -als hij voor zijn eigen hachje de benen neemt- toch zijn krijgskameraden niet veraadt en heldhaftig waarschuwt voor een sluipende omsingeling door Duitse soldaten.
Het abjecte optreden van een osobist is het derde verhaal. Daarmee vertelt Kondratjev hoe de terreur van de contraspionage in eigen gelederen eraan toe gaat. Maar hij laat tevens zien dat deze figuren, evenals de soldaten, drijven op stom geluk of pure pech.
Kartsev’s legereenheid verovert een dorp. Houdt het een dag in haar greep, maar kan tegen de gedisciplineerde, strategisch vechtende Duitsers nauwelijks iets uitrichten. Als de Duitsers het dorp heroveren, blazen de overlevende soldaten de aftocht naar een bos waar de bataljonscommandant met enkele compagnie?n de commandopost heeft ingericht. Na bijna te zijn vermoord door soldaten van de terugtrekkende compagnie door zijn nalatige en misdadige optreden en bevelen, stuurt hij Kartsev en zijn kompanen als een strafbataljon opnieuw naar het dorp om het te heroveren. Ze kunnen met hun bloed hun overtredingen en het negeren van bevelen goedmaken. Alleen Kartsev keert levend terug van deze missie, zijn automatische geweer stevig omklemd en vastberaden op weg naar het bos en de bataljonscommandant.

Wat er allemaal voorvalt en in gang wordt gezet door het brute optreden van de osobist is als het ware een verhaal in het verhaal. De afkeer en het tragikomische van de contraspionage kon geen rijker en groter beeld krijgen dan met de spannende beschrijving van het lot van de osobist, ??n van de naamlozen in het boek.
Met Kartsev en de soldaten die dapper vechten, opgehitst door propaganda en de politiek commissarissen, schetst Kondratjev het beeld van de Sovjetsoldaat, gemangeld tussen de Duitse verbetenheid en het niets ontziende optreden van commandanten, bevelvoerders en spionnen tegen hun eigen troepen en manschappen.
Het vuur van de rebellie brandt in hun harten, ontvlamt op momenten, maar blust tenslotte uit door hun machteloosheid tegenover zoveel ontmenselijking. Met 'De schande van Rzjev' schreef Kondratjev een felle aanklacht tegen de tirannie van het Sovjetsysteem, verpakt in een beklemmend oorlogsverhaal.
(Het boek bevat een nawoord van vertaler en vriend van Kondrjatev, Marius Broekmeyer. Daarin stapt hij met zevenmijlslaarzen door diens leven en andere boeken van Kondrjatev's hand. De schrijver werd in 1920 geboren, was rond de 20 bij het begin van de Tweede Wereldoorlog. Hij maakte de ommezwaai met glasnost nog mee, maar kon het afglijden en verloedering van zijn land niet aanzien. In 1993 benam Kondrjatev zichzelf het leven.)
5 oktober 2004